Bedrijfsopvolging

Diensten en thema's

BEDRIJFSOPVOLGING, EEN KWESTIE VAN PLANNEN

BEDRIJFSOPVOLGING, EEN KWESTIE VAN PLANNEN

BEDRIJFSOPVOLGING, EEN KWESTIE VAN PLANNEN

Stel, je bent een ondernemer met een mooi bedrijf. Nog mooier, je kind/kinderen ziet/zien het wel zitten om te zijner tijd het bedrijf over te nemen.

Jijzelf twijfelt echter nog. Het bedrijf overnemen, akkoord. Maar eerst wel even kijken of ze het in zich hebben, het leiden van een bedrijf.

Maar hoe doe je dat?

Wat zijn de mogelijkheden?

Allereerst is van belang om te kijken in welke vorm het bedrijf wordt uitgeoefend.

Indien het bedrijf wordt uitgeoefend in de vorm van een eenmanszaak zou je deze kunnen omzetten in een vennootschap onder firma, met jou en je kind als (beherend) vennoten.

Teneinde te voorkomen dat je door de toetreding van het kind meteen inkomstenbelasting verschuldigd bent, kun je je de in de onderneming aanwezige goodwill, de stille en fiscale reseves voorbehouden.

Wel is het van belang goed vast te leggen wat de omvang van de goodwill en reserves is.

Voordeel voor het kind is dat het bij deze wijze van toetreden niets behoeft te financieren. De in de onderneming aanwezige meerwaarde blijft immers berusten bij de oorspronkelijke ondernemer.

Je kind geniet nu, net zoals jij, winst uit onderneming met recht op de daarbij behorende ondernemersfaciliteiten, MKB winstvrijstelling, zelfstandigenaftrek enz. enz.

Als beherend vennoot kan je kind ook handelen namens de vennootschap en de vennootschap contractueel binden. Het verdient derhalve aanbeveling om overeen te komen dat bepaalde zwaarwegende handelingen de goedkeuring behoeven van alle vennoten.

Leg de rechten en verplichtingen van de vennoten goed vast in een vennootschap onder firma contract. Een dergelijk contract is niet vereist maar kan wel veel problemen voorkomen.

Mocht je kind zich bewezen hebben dan kun je na drie jaar jouw aandeel in de vennootschap onder firma belastingvrij aan hem/haar overdragen, indien gewenst door dit aandeel te schenken.

In het MKB worden veel ondernemingen tegenwoordig gedreven in de vorm van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, vaak met één aandeelhouder. Deze aandeelhouder heeft dan een zogenaamd Aanmerkelijk Belang (=AB).

Overdracht van onderneming dient dan te geschieden door overdracht van aandelen.

Hierbij zijn enige varianten te bedenken. Enkele lichten we in het kort hieronder toe:

- de aandelen kunnen worden overgedragen door deze gewoon te verkopen. Indien deze AB aandelen door de verkoper in privé gehouden worden is hij over de meerwaarde Inkomstenbelasting verschuldigd tegen een tarief van 25%. Daarnaast is het voor het kind wellicht moeilijk om de aankoopsom gefinancieerd te krijgen.

- de gewone aandelen kunnen zonder belastingheffing  worden omgezet in preferente aandelen. Hierbij is wel van belang dat de aan de gewone aandelen verbonden aanspraken op het vermogen van de vennootschap volledig worden behouden. De preferente aandelen dienen dus volledig in de plaats te komen van de gewone aandelen. Daarnaast dient op de preferente aandelen een zakelijke vergoeding te worden betaald.

Gelijktijdig met deze omzetting kunnen (nieuwe) gewone aandelen worden uitgereikt aan het kind. Aangezien deze aandelen enkel delen in toekomstige winsten hebben zij vooralsnog een geringe waarde. Financiering is dan waarschijnlijk een stuk simpeler.

Let wel: indien men in de toekomst gebruik wenst te maken van de doorschuiffaciliteiten in de Inkomstenbelasting en Successiewet dan gelden voor preferente aandelen additionele voorwaarden. Omzetting van gewone aandelen in preferente aandelen vereist een goede planning.

Let wel: het verdient aanbeveling vooroverleg te voeren met de belastingdienst teneinde vooraf zekerheid te krijgen dat de preferente aandelen geacht kunnen worden volledig in de plaats te zijn getreden van de gewone aandelen en dat de vergoeding op de preferente aandelen in de ogen van de belastingdienst (voldoende) zakelijk is.

- AB aandelen kunnen ook geschonken worden.  Zowel wat betreft de inkomstenbelasting als de schenkbelasting zijn er faciliteiten die ervoor zorgen dat dit onbelast kan geschieden. Aan deze faciliteiten zijn voorwaarden verbonden. Dit wordt nader uitgewerkt en kort beschreven in ons schrijven getiteld "Fiscale faciliteiten voor een bedrijfsoverdracht".

Naast het recht op een aandeel in de winst is aan een aandeel ook stemrecht verbonden. Middels dit stemrecht heeft een aandeelhouder dus ook zeggenschap en kan hij/zij mede de koers van de vennootschap bepalen.

Van belang is overigens wel dat het de statutair bestuurder of bestuurders is/zijn die belast zijn met de dagelijkse leiding. Hij/zij is degene die namens de vennootschap kan handelen en de vennootschap (contractueel) kan binden. Enkel de algemene vergadering van aandeelhouders kan deze bestuurder ontslaan.

Deze bestuurder heeft dus een grote mate van handelingsvrijheid.

In de statuten van de B.V. kan wel een lijst met handelingen worden opgenomen die de voorafgaande goedkeuring behoeven van de algemene vergadering van aandeelhouders. Op deze manier kan de handelingsvrijheid dus ingeperkt worden.

Een aandeelhouder heeft wel stemrecht in de algemene vergadering van aandeelhouders maar bemoeit zich (in beginsel) niet met de dagelijkse leiding van de vennootschap.

Dit even terzijde.

Bij een bedrijfsopvolging is het vaak zo dat de zittende aandeelhouder  vooralsnog de zeggenschap wil behouden. Pas als gebleken is dat zijn opvolger de juiste kwaliteiten bezit zal hij de zeggenschap (eventueel in fases) willen overdragen.

Wat zijn de mogelijkheden?

- toekennen van stemrechtloze aandelen. Teneinde een opvolger al wel te laten delen in de winst maar nog een zeggenschap te geven zou in eerste instantie volstaan kunnen worden met het uitgeven van stemrechtloze aandelen. Deze delen wel (volledig) mee in de winst maar aan deze aandelen is geen stemrecht verbonden.

- oprichten van een Stichting Administratiekantoor (= Stak). Deze methode wordt vaak toegepast. Door middel van een Stak wordt er een scheiding aangebracht tussen het aan een aandeel verbonden winst- en stemrecht.

In de praktijk komt het hierop neer:

- middels een notariële akte wordt er een Stak opgericht. De zittende aandeelhouder wordt benoemd tot (enig)bestuurder;

- de aandeelhouder(s) draagt/dragen hun aandelen over aan de Stak tegen uitreiking van certificaten.

Mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan kan dit belastingvrij geschieden;

- de rechten van de certificaathouders worden vastgelegd in de zogenaamde administratievoorwaarden.

De certificaathouders hebben net als voorheen nog steeds recht op hun aandeel in de winst. Indien de vennootschap bijvoorbeeld dividend uitkeert dan vloeit dit als het ware door de Stak heen en komt het toe aan de certificaathouders.

Echter het bestuur van de Stak heeft het stemrecht op de aandelen en daarmee de zeggenschap.

Belangrijk is wel dat in de statuten van de Stak al wordt aangeven wie tot bestuurder(s) zal/zullen worden benoemd indien de oorspronkelijke aandeelhouder/overdrager komt te overlijden.

- beperken van de zeggenschap van de opvolger door het toekennen van prioriteits- en/of preferente aandelen aan de zittende aandeelhouder.  Aan een prioriteitsaandeel bijvoorbeeld zijn bijzondere rechten verbonden, zoals bijvoorbeeld het recht een bindende voordracht te doen bij het benoemen van bestuurders. 

                                              

Ook het opzetten/hebben  van een holding structuur kan een bedrijfsoverdracht  vereenvoudigen.

Deze structuren kennen (altijd) een holding B.V. die op haar beurt (enig) aandeelhouder is van een (aantal) dochtermaatschappij(en). Een variatie hierop is dat tussen de holding B.V. en de werkmaatschappij(en) nog een vastgoed B.V. hangt.

In deze situatie richt de opvolger vaak ook zelf een holding B.V. op die vervolgens de aandelen in de werkmaatschappij overneemt.

Voor de overdragende holding is een (eventuele) verkoopwinst onbelast indien de deelnemingsvrijstelling van toepassing is.

Voor de opvolger is natuurlijk belangrijk de vraag of hij de koopprijs kan betalen c.q. gefinancierd kan krijgen.

Dit kan opgelost worden door de de werkmaatschappij "licht" te houden, bijvoorbeeld door onroerend goed, machines, vervoermiddelen ed. in de holding onder te brengen en te verhuren aan de werkmaatschappij en door regelmatig dividenduitkeringen te doen vanuit de werkmaatschappij aan de holding B.V.

Andere oplossingen zijn ook mogelijk, bijvoorbeeld door de aandelen om te zetten in preferente aandelen (met behoud van de volledige vermogensrechten) en gewone aandelen uit te geven die enkel delen in toekomstige winsten en derhalve nog nauwelijks waarde hebben.

Kortom: een holding structuur op zich kan al een heel mooi vehikel zijn voor een bedrijfsoverdracht.

Let op: oneigenlijk gebruik van een holding structuur kan leiden tot sancties, bijvoorbeeld toepassing van artikel 15 ai Wet VPB.

Let op: het verkopen van aandelen in de werkmaatschappij kan leiden tot het verbreken van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting.

Het belangrijkste is en blijft een goede maar bovenal tijdige planning.  Wij zijn u hierbij graag van dienst.

 

                                       

Bedrijfsopvolging en soort huwelijk

Bedrijfsopvolging en soort huwelijk

Bedrijfsopvolging en soort huwelijk

Zoals bekend, kan er bij toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de erf- en schenkbelasting veel geld bespaard worden. Dit geldt ook als iemand een onderneming erft van zijn overleden echtgenoot. Hoe zit dat?


Bedrijfsopvolging. De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de erf- enschenkbelasting komen er kort gezegd op neer dat als de waarde van de onderneming niet meer is dan € 1.102.209,--(2020), het gehele bedrag is vrijgesteld. Het meerdere is in principe voor 83% vrijgesteld. Het kan daarbij veel uitmaken of er sprake is van huwelijkse voorwaarden dan wel van een algehele gemeenschap van goederen. Onderstaand voorbeeld speelt met name in de situatie dat de echtgenoot van de ondernemer of directeur-grootaandeelhouder (DGA) overlijdt en het zeker is dat de langstlevende ondernemer de onderneming nog voldoende jaren voortzet. We laten daarbij de algemene vrijstellingen buiten beschouwing. Is er sprake van een BV met louter beleggingen dan verwijs ik de lezer naar het tabblad "huwelijk" op deze website.


Huwelijkse voorwaarden

Finaal verrekenbeding. In veel huwelijkse voorwaarden is een finaal verrekenbeding opgenomen. Daarin wordt dan bepaald dat er bij overlijden afgerekend wordt tussen de echtelieden alsof er een algehele gemeenschap van goederen bestaat.


Vrouw overlijdt. Stel, Albert heeft een onderneming, waard € 100.000,-. Zijn vrouw, Bertine, heeft een bankrekening met een saldo van € 60.000,-. Bertine overlijdt. Op grond van het finaal verrekenbeding heeft ieder recht op € 80.000,-. Tot de nalatenschap van Bertine behoort dan een verrekenvordering op Albert, groot € 20.000,-. Stel, Albert erft alles van Bertine. Hij erft dan dus ook de vordering op zichzelf van € 20.000,-. Albert verkrijgt geen ondernemingsvermogen, de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten gelden dus in principe niet.


Recent Besluit. De staatssecretaris heeft echter goedgekeurd dat de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in dat soort situaties toch toegepast kunnen worden, dus over € 20.000,- (Besluit, nr. BLKB2012/1221M). Er bestaat echter een nog voordeliger optie.

Algehele gemeenschap van goederen

Als er sprake is van een algehele gemeenschap van goederen, laat Bertine theoretisch de helft van de onderneming (€ 50.000,-) en de helft van de bankrekening (€ 30.000,-) aan Albert na. De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten kunnen dan toegepast worden over € 50.000,-. Notabene. Daardoor kan er bij het overlijden van een echtgenoot bij een algehele gemeenschap van goederen vaak (veel) minder erfbelasting verschuldigd zijn dan in de vergelijkbare situatie met een finaal verrekenbeding.

Huwelijksplanning

Een algehele gemeenschap van goederen en huwelijkse voorwaarden met een finaal verrekenbeding  lijken misschien economisch wel heel veel op elkaar, maar het is bijvoorbeeld voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten zeker juridisch en fiscaal niet hetzelfde. Sterker nog, met een goede huwelijksplanning valt er dus veel (belasting)geld te besparen! Notabene. Een nadeel van de algehele gemeenschap van goederen kan zijn dat er ook gelijkelijk verdeeld moet worden bij echtscheiding.

Conclusie: Sinds enige tijd is het eenvoudiger om huwelijkse voorwaarden om te zetten in een algehele gemeenschap van goederen. Laat daarom eens berekenen of en hoeveel belasting er met een aanpassing van de huwelijksvorm bespaard kan worden.

 

Bedrijfsopvolging succesvol. En dan?

Bedrijfsopvolging succesvol. En dan?

Bedrijfsopvolging succesvol. En dan?

BEDRIJFSOPVOLGING SUCCESVOL ….. EN DAN ?

Zoon of dochter is vader of een werknemer is hem in zijn bedrijf opgevolgd. De hoge vrijstellingen voor schenk- en erfbelasting zijn toegepast. Om die te behouden moet de onderneming tenminste 5 jaar voortgezet worden. De opvolger wil echter ook expanderen en samenwerken. Waar moet hij voor oppassen om de vrijstellingen niet in gevaar te brengen ?

Wanneer loopt de bedrijfsopvolger her risico dat de vrijstellingen teruggedraaid worden ? De wetgever wil namelijk uitsluitend reële bedrijfsopvolgingen in aanmerking laten komen voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de Successiewet.

Wat hielden deze bedrijfsopvolgingsfaciliteiten ook al weer in ?

Hoeveel vrijstelling u krijgt, hangt af van de waarde van de onderneming. Er zijn vier situaties mogelijk:

Goingconcernwaarde is maximaal € 1.102.209 (cijfer 2020) en hoger dan liquidatiewaarde

U krijgt 100% vrijstelling over de goingconcernwaarde.

Goingconcernwaarde is maximaal € 1.102.209 en lager dan liquidatiewaarde

U krijgt 100% vrijstelling over de liquidatiewaarde.

Goingconcernwaarde is meer dan € 1.102.209 en hoger dan liquidatiewaarde

U krijgt 100% vrijstelling over de goingconcernwaarde tot € 1.102.209.

U krijgt 83% vrijstelling over de goingconcernwaarde boven € 1.102.209.

Goingconcernwaarde is meer dan € 1.102.209 en lager dan liquidatiewaarde

U krijgt 100% vrijstelling over het verschil tussen de goingconcernwaarde en de liquidatiewaarde.

U krijgt 100% vrijstelling over de goingconcernwaarde tot € 1.102.209.

In alle andere gevallen: U krijgt 83% vrijstelling over de goingconcernwaarde boven € 1.102.209.

Voor toepassing van deze voorwaardelijke vrijstellingen heeft de wetgever als voorwaarde gesteld dat de voortzetter de voort te zetten onderneming gedurende vijf jaar voortzet. Deze termijn vangt aan op het moment van voortzetting. Aan het voortzettingsvereiste is niet voldaan als binnen deze vijfjaarstermijn:

- de voortzetter van de onderneming geen recht meer heeft op de winst uit de onderneming of een gedeelte daarvan heeft, dan wel winst gaat genieten als medegerechtigde of als ‘bijzondere leningverstrekker’;

- de voortzetter van een voor de BOR kwalificerende medegerechtigdheid geen recht meer heeft op de winst uit de voortgezette medegerechtigdheid of een gedeelte daarvan.

Concreet houdt dit in dat (een gedeelte van) de voortgezette onderneming in andere handen overgaat of gestaakt wordt.

Met het voortzettingsvereiste van 5 jaar wil de wetgever met name voorkomen dat de BOR wordt gebruikt om beleggingsvermogen te faciliteren. Daarvan is sprake als de voortzetter de onderneming kort na de verkrijging ‘liquide maakt’ door deze te verkopen. De wetgever heeft in dat kader aansluiting gezocht bij het stakingsbegrip in de inkomstenbelasting. Met andere woorden die wet stelt vast wanneer de voortzetting stopt. Gevolg hiervan is dat een bedrijfseconomisch wenselijke wijziging, verplaatsing of beëindiging van de bedrijfsactiviteiten, onder omstandigheden kan leiden tot een verval van de faciliteiten. Want dan wordt volgens de inkomstenbelasting (een deel van) de onderneming gestaakt.

Hoewel vanuit bedrijfseconomisch oogpunt misschien niet wenselijk, kan het – ter behoud van de faciliteiten – dan ook soms aantrekkelijk zijn het stakingsmoment uit te stellen.

De bedrijfsopvolger wil nieuw elan in zijn onderneming brengen. Tussentijds, dus binnen die 5 jaar van wettelijk vereiste voortzetting, heeft de ondernemer het plan om samen te gaan werken met andere ondernemer(s).

Of de ondernemer wil tussentijds van een eenmanszaak of firma naar een B.V., het laatste met als doel het bedrijfsrisico buiten zijn privé-vermogen te houden.

Dan is het oppassen geblazen. Dan kan sprake zijn van een staking van de onderneming, waardoor de BOR-vrijstellingen vervallen, waardoor alsnog een flink bedrag aan schenk- of erfbelasting verschuldigd wordt.

Stel: De ondernemer wil van een eenmanszaak of firma naar een B.V.

Brengt een ondernemer zijn onderneming in een BV in, dan staakt hij, natuurlijk persoon, zijn onderneming, gedreven in de vorm van een eenmansbedrijf of firma. Vanaf het moment van inbreng wordt de onderneming immers voor rekening en risico van de vennootschap, een van hem losstaande rechtspersoon, gedreven.

Brengt een voortzetter binnen de vijfjaarsperiode zijn onderneming in een BV in, dan is naar de hoofdregel sprake van een verboden handeling. Hierop wordt – op verzoek – een uitzondering gemaakt in het geval de inbreng plaatsvindt met toepassing van de geruisloze inbrengfaciliteit, voor zover de vennootschap de onderneming voortzet.

Stel: Tussentijds heeft de ondernemer het plan om samen te gaan werken.

Een ondernemer besluit zijn onderneming samen met een ander te gaan exploiteren in de vorm van een vennootschap onder firma (VOF). Hiertoe brengt de ondernemer zijn onderneming in het samenwerkingsverband in. Tot het ondernemingsvermogen behoort een pand met een werkelijke waarde van € 500.000 en een boekwaarde van € 300.000. De toetreder brengt uitsluitend arbeid in. De winstverdeling is 75%-25%.

Door de inbreng verschuift het economische belang bij het ingebrachte ondernemingsvermogen voor 25% naar de toetreder. De ondernemer realiseert daardoor voor de inkomstenbelasting een stakingswinst van 25% x € 200.000 = € 50.000.

Hierover is hij inkomstenbelasting verschuldigd.

Wat voor ons onderwerp echter van belang is: Een wijziging van de winstverdeling kan eveneens een staking betekenen. In de praktijk verloopt de winstverdeling bij samenwerkingsverbanden vaak als volgt:

  1. berekening van een ‘rentevergoeding’ over de kapitaalstand;
  2. het ondernemersloon;
  3. de verdeling van de restwinst conform de overeengekomen winstverdeling.

Van een staking is sprake als het economisch belang bij de onderneming verandert. Dit is aan de orde bij winstcomponent ‘3’. Van een staking is dus geen sprake als een vennoot bijvoorbeeld uit de winst een hogere arbeidsvergoeding heeft ontvangen, omdat hij dat jaar meer werkzaamheden heeft verricht of een hoger winstaandeel krijgt vanwege een hogere kapitaalstand.

Dat betekent in situatie 3 dat de indertijd verleende vrijstellingen in het kader van de BOR vervallen doordat een stuk van de restwinst naar de nieuwe partner gaat.

Had de voortzetter al vóór de voortzetting krachtens erfrecht of schenking een aandeel in de objectieve onderneming en heeft hij de rest geërfd en voortgezet ?

Dan kan hij in het kader van de samenwerking dat deel, dat hij al had, zonder verval van de BOR-vrijstellingen aan een derde overdragen via een andere verdeling van de restwinst.

Conclusie: Is sprake van toegekende bedrijfsopvolgingsvrijstellingen, raadpleeg dan altijd een deskundige om na te gaan, in hoeverre te nemen stappen binnen 5 jaar na deze voortzetting van invloed kunnen zijn op de indertijd verleende BOR-vrijstellingen en het eventueel terugdraaien van de vrijstellingen daarvan. Voorbeelden van dergelijke stappen zijn het aangaan van een samenwerking of het oprichten van een B.V. .

 

Bedrijfsopvolging in B.V. via certificering van de aandelen

Bedrijfsopvolging in B.V. via certificering van de aandelen

Bedrijfsopvolging in B.V. via certificering van de aandelen

BEDRIJFSOPVOLGING IN B.V. VIA CERTIFICERING VAN DE AANDELEN

Bij bedrijfsopvolging wordt de certificering van aandelen vaak gebruikt. Een voorbeeld: Vader is directeur en enig aandeelhouder van een BV met een succesvolle onderneming.
Vader heeft drie kinderen waarvan er eigenlijk maar één geschikt is om hem op te volgen. Hem of haar alle aandelen in de BV geven, is voor vader geen optie. Hij wil als goed vader zijn kinderen graag gelijk behandelen. Alle drie een derde van de aandelen is evenmin aantrekkelijk: nu is alles nog koek en ei tussen de kinderen, maar vader weet nooit zeker dat dit zo blijft.
Het is gemakkelijk te bedenken dat de geschikte kandidaat vader als bestuurder van de BV zal opvolgen en na verloop van tijd meningsverschillen krijgt met zijn mede-aandeelhouders, zijnde broer en zuster. Alle aandelen aan de opvolger overdragen of nalaten die dan maar de anderen moet uitkopen gaat ook niet, daarvoor ontbreken de financiële middelen: Vader bezit  alleen maar zijn de aandelen in de BV. 
In dit soort situaties kan certificering uitkomst bieden. Vader draagt de aandelen over aan een zogenaamd administratiekantoor, dat meestal de rechtsvorm van een stichting (Stichting Administratiekantoor of ook wel: STAK) heeft. STAK wordt dan de enig aandeelhouder in de BV. Vader wordt bestuurder van de stichting en kan op die manier de gang van zaken in de algemene vergadering van aandeelhouders van de BV bepalen. STAK heeft niet alleen het stemrecht op de aandelen, maar is ook gerechtigd tot de dividenduitkeringen. En dan komt de certificering om de hoek kijken: STAK geeft aan de drie kinderen certificaten van aandelen in de BV uit. De kinderen, die elk een derde van de certificaten krijgen, hebben recht op de door STAK op de aandelen uitbetaalde dividenden, zoals STAK verplicht is hen als certificaathouders verplicht de ontvangen dividenden uit te betalen. 
Ten slotte wordt de opvolger in plaats van vader benoemd tot bestuurder van STAK.

Het resultaat van dit alles is dat de bedrijfsvoering en zeggenschap is overgenomen door de opvolger. Indien vader ook bestuurder wil blijven kan hij een oog in het zeil houden. 
Alle drie de kinderen zijn nu gelijk behandeld door vader, namelijk voor een gelijk deel gerechtigd tot de winst van de BV. STAK houdt de aandelen ‘ten titel van beheer voor’ of ‘voor rekening van’ de kinderen. Men zegt ook wel dat de kinderen economisch eigenaar van de aandelen zijn.

 

Schenken en erven in het kader van bedrijfsopvolging

Schenken en erven in het kader van bedrijfsopvolging

Schenken en erven in het kader van bedrijfsopvolging

FISCALE FACILITEITEN VOOR EEN BEDRIJFSOVERDRACHT MIDDELS SCHENKING EN ERVEN

 

Vader Piet is eigenaar van een goedlopend timmerbedrijf. Zoon Henk is reeds geruime tijd in loondienst werkzaam bij zijn vader en is er mede de oorzaak van dat het bedrijf de financiële crisis zo goed overleefd heeft.

Vader Piet wil het rustiger aan gaan doen en zijn bedrijf overdragen aan zijn zoon. Zoon Henk heeft echter niet het geld om deze overdracht te kunnen betalen.

Vader Piet heeft wel eens gehoord over de mogelijkheid om een bedrijf te schenken. Zou dit voor Henk een oplossing kunnen zijn?

Vader Piet is echter een voorzichtig man en wil weten welke fiscale spelregels hier dan om de hoek komen kijken.

Bij leven.

Inkomstenbelasting.

Overdracht, schenking daaronder begrepen is een belaste handeling voor de Inkomstenbelasting. Dit betekent dat bij schenking er in beginsel afgerekend dient te worden over de in de onderneming aanwezige goodwill, stille reserves en fiscale reserves (kortweg genoemd de stakingswinst).

Er hoeft echter niet te worden afgerekend indien het bedrijf wordt overgedragen aan een werknemer die voorafgaande aan de overdracht reeds 36 maanden (in loondienst) werkzaam is geweest in de onderneming.

Aangezien zoon Henk reeds vanaf 2008 in het bedrijf werkzaam is kan vader Piet zijn bedrijf dus belastingvrij aan zoon Henk schenken.

 

Schenkbelasting.

Echter, aangezien hier een bedrijf wordt geschonken is er ook schenkbelasing verschuldigd.  Vader Piet dreigt dus van de regen in de drup te komen.

Gelukkig kent ook de Successiewet een (voorwaardelijke) vrijstelling bij schenking van een onderneming, de zogenaamde B(edrijfs Opvolgings Regeling, kortweg genaamd BOR.

Voorwaarde is wel dat vader Piet de onderneming reeds vijf jaar heeft gedreven en dat zoon Henk de onderneming vijf jaar dient voort te zetten.

Deze vrijstelling is echter geen volledige vrijstelling. Afhankelijk van de waarde van de geschonken onderneming kan nog schenkbelasting verschuldigd zijn. Uitstel van betaling voor een periode van tien jaar is mogelijk.

Zolang de waarde van het verkregen ondernemingsvermogen € 1.102.209 (cijfer 2020) niet te boven gaat is er een volledige vrijstelling.

Voot het restant geldt een vrijstelling van 83%

Indien zoon een koopsom betaald voor de overname, maar niet de volle prijs, dan is het belangrijk er op te letten dat de faciliteit zoveel mogelijk wordt benut.  

Hierbij nog een opmerking, terzijde: Ook als de aanslag nihil is wegens benutten van de vrijstelling, is het aan te raden om bezwaar te maken als de onderneming  te hoog is gewaardeerd. Indien namelijk alsnog de faciliteit buiten toepassing blijft, bijvoorbeeld wegens het niet volmaken van de 5 jaars voorzettingseis, dan is de waarde alsnog van belang. Maar op dat moment is bezwaar niet meer mogelijk!

Let op: dezelfde faciliteiten zijn van toepassing indien vader Piet en zoon Henk een vennootschap onder firma hebben en vader Piet zijn aandeel in de VOF wenst over te dragen aan zoon Henk.

                                                                     

Echter voordat vader Piet gevolg kan geven aan zijn voornemen zijn onderneming via schenking over te dragen aan zijn zoon Henk komt hij onverwachts te overlijden.

Kan de onderneming nu nog steeds belastingvrij aan zoon Henk worden overgedragen?

Bij overlijden

Inkomstenbelasting.

Ook bij overlijden dient er afgerekend te worden over de stakingswinst. Echter indien zoon Henk (als zijnde de erfgenaam) de onderneming voortzet dan blijft afrekening achterwege.

Erfbelasting.

Ook voor wat betreft de verschuldigde erfbelasting is er een faciliteit, gelijk aan die voor de schenkbelasting zoals hierboven beschreven  van toepassing met dien verstande dat vader Piet de onderneming "slechts" gedurdende één jaar voor zijn overlijden gedreven moet hebben.

Vader Piet heeft in het verleden zijn eenmanszaak ingebracht in een B.V. waarvan hij alle aandelen houdt.  Zoon Henk is in loondienst bij zijn vader werkzaam.

Ook heeft vader Piet nog een bedrijfspand dat tot zijn privé vermogen behoort en dat hij verhuurt aan zijn B.V. Dit pand kwalificeert dus als een TBS pand.

Vader Piet heeft nog steeds het voornemen zijn onderneming over te dragen aan zijn zoon maar nu door zijn aandelen in de B.V. (en daarmee indirect zijn onderneming) over te dragen. Ook het TBS pand dien aan zoon Henk te worden overgedragen.

Bij leven.

Inkomstenbelasting

Schenking van AB aandelen is onder voorwaarden vrijgesteld van de heffing van Inkomstenbelasting. Één van deze eisen is dat de verkrijger reeds gedurende 36 maanden in dienstbetrekking werkzaam is geweest in de vennootschap.

Echter, schenking van het TBS pand kan niet belastingvrij geschieden. Hier dient afgerekend te worden over de in dit pand aanwezige meerwaarde. Echter er kan voor maximaal 10 jaar uitstel van betaling worden verkregen en er dient zekerheid te worden gesteld.

Schenkbelasting.

Zowel de AB aandelen als het TBS pand kan vrij van schenkbelasting worden overgedragen aan zoon Henk door gebruik te maken van de (voorwaardelijke) vrijstelling van de BOR. Zolang de waarde van de aandelen en het TBS pand € 1.102.209 niet te boven gaat bedraagt de vrijstelling 100%. Daarboven bedraagt de vrijstelling 83%.

Let wel: aan de vrijstelling in de BOR met betrekking tot het TBS pand is een extra voorwaarde verbonden. De vrijstelling geldt alleen indien de TBS regeling toepassing blijft vinden. Zoon Henk dient aldus een zodanig aantal aandelen in de B.V. te (ver)krijgen dat sprake is van een aanmerkelijk belang.

                                                                      

 

Bij overlijden.

Inkomstenbelasting.

Als aan bepaalde voorwaarden voldaan wordt dan is de overgang van AB aandelen krachtens erfrecht vrijgesteld van belastingheffing in de Inkomstenbelasting.

Over het TBS pand dient in beginsel afgerekend te worden maar dit kan worden voorkomen doordat er een doorschuiffaciliteit is.

Dit is dus een verschil met het schenken van een TBS pand, dan dient er immers wel afgerekend te worden, zij het dat er uitstel van betaling kan worden gekregen voor een termijn van maximaal 10 jaar en er dient zekerheid te worden gesteld.

Voorwaarde is wel dat de TBS-werkzaamheid  wordt voortgezet, met andere woorden de erfgenamen moeten ook een zodanig aantal aandelen in de B.V. verwerven dat sprake is van een AB.

Is er geen sprake van de verwerving van een AB dan dient er dus afgerekend te worden. Er is dan wel de mogelijkheid van (maximaal) tien jaar uitstel van betaling.

Erfbelasting.

Voor zowel de AB aandelen als het TBS pand geldt dat deze een beroep kunnen doen op de BOR.  Voor wat betreft het TBS pand verwijzen wij naar het onderdeel Schenkbelasting; bij leven.

Van belang voor de faciliteiten bij overlijden is dat de nalatenschap binnen 2 jaar na overlijden wordt verdeeld, danwel dat het legaat van het bedrijf binnen die tijd wordt afgegeven.

Conclusie.

In het bovenstaande hebben wij de hoofdlijnen geschetst van diverse faciliteiten in de Inkomstenbelasting en de Successiewet met het oog op de bedrijfsopvolging.

Echter bedrijfsopvolging is en blijft maatwerk. Het raadplegen van een adviseur bevelen wij dan ook ten sterkste aan.

Overigens biedt de bedrijfsopvolging ook mogelijkheden om belastingen te besparen als de kinderen eigenlijk helemaal niet de onderneming zelf willen voorzetten. Zij kunnen bijvoorbeeld iemand inhuren om het werk te doen, maar zelf aandeelhouders blijven. Zij kunnen het ondernemingsvermogen dan vrij van belastingen verkrijgen.

Het is goed om te weten dat de faciliteiten alleen gelden voor ondernemingsvermogen op de balans en niet bijvoorbeeld voor beleggingen zoals pensioenen. Gaat het om beleggingen in de onderneming, dan geldt de faciliteit slechts voor 5% daarvan.

 

 

Bedrijfsopvolging sinds 2016

Bedrijfsopvolging sinds 2016

Bedrijfsopvolging sinds 2016

Oftewel: hoe deze ook te financieren

Directeur/grootaandeelhouder van een besloten vennootschap -hierna te noemen: bv - overlijdt en laat aandelen in zijn bv met onderneming na aan zijn bedrijfsopvolger, die hij bij testament aangewezen heeft. De bedrijfsopvolger aanvaardt de erfenis. Wat gebeurt er nu juridisch en fiscaal in grote lijnen ?

Fiscaal gezien, voor de inkomstenbelasting, hoeft er door vader vanwege staking van zijn onderneming niet over de stakingswinst afgerekend te worden. Door de vererving op de bedrijfsopvolger is hier geen sprake van een staking. De fiscale claim wordt "geruisloos" doorgeschoven naar de verkrijger, waaraan wel fiscaal de eis gesteld wordt, dat hij tenminste 5 jaar het bedrijf voortzet.

Bij vererving is in beginsel erfbelasting verschuldigd. Deze heffing blijft hier (deels) achterwege door de toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling sinds 2010, ook kortweg BOR te noemen. Deze regeling geeft onder meer een aantal vrijstellingen. De belangrijkste zijn ten eerste het verschil tussen liquidatiewaarde en waarde going concern van het ondernemingsvermogen, vervolgens een bedrag van ruim € 1000.000,00 en van het meerdere daarboven is nog eens 83 % vrij van erfbelasting.

Deze vrijstellingen zijn onder bepaalde voorwaarden ook van toepassing bij een schenking van de aandelen van de bv.

Wat is in dit kader interessant in de praktijk van de financiering van de opvolging ? Vader heeft een bv. Hij is enig aandeelhouder. Zijn zoon wil het bedrijf overnemen. Hij kan weinig financieren. Vader verkoopt zijn aandelen aan de bv van zijn zoon. Deze bv heeft zoon opgericht met het tegenwoordig vereiste minimumkapitaal van tenminste € 0,01. Meer is hij niet kwijt. Hij koopt via deze bv de aandelen van zijn vader. Hij betaalt vader door hem uit te betalen in preferente aandelen. Vader speelt hier zo de rol van de bank die deze overname en opvolging financiert door deze preferente aandelen als betaling te accepteren. Als aandeelhouder met preferente aandelen heeft hij als beloning recht op een jaarlijkse rente, te voldoen uit de winst van de bv.

Daarnaast spreken vader en zoon af, dat zoon de bestuurder is en het beleid voert. Vader is op de achtergrond adviseur. Zoon en vader spreken ook af hoe vader deze preferente aandelen aan zoon over gaat dragen. Dit kan bijvoorbeeld via een schenking of via verkoop van pakketten gedurende een aantal jaren. Ook vererving kan de weg zijn. Ingeval van schenking of vererving kan dit gebeuren met gebruikmaking van de voormelde grote vrijstellingen voor de schenk- en erfbelasting.

Ondertussen heeft zoon de zeggenschap binnen het bedrijf. Hij is bestuurder en heeft als bijzonder aandeelhouder de zeggenschap inzake bepaalde belangrijke besluiten. In de statuten kan eventueel nog opgenomen worden, dat goedkeuring van de aandeelhouders, waaronder vader, voor bepaalde belangrijke kwesties nodig is.

Deze zeggenschap kan eventueel ook vorm gegeven worden via de uitgifte van stemrechtloze preferente aandelen.

Daarnaast bestaan mogelijkheden, zoals hierboven al aangestipt, om deze aanpak, in samenwerking met een accountant of fiscalist, ook voor wat betreft inkomsten- en vennootschapsbelasting fiscaal gunstig te regelen.

Vader kan zo, fiscaal gunstig, de preferente aandelen via een testament door de zoon laten erven, voorzover deze aandelen al niet tijdens leven via een schenking of anderszins aan de zoon overgedragen zijn.

Zoonlief kan dan een beroep doen op voormelde vrijstellingen voor schenk- dan wel erfbelasting.

Wel is een eis dat de aandelen daarna tenminste 5 jaar door de nieuwe aandeelhouder gehouden worden. De reden hiervoor is dat de opvolger juridisch en fiscaal hetzelfde bij de onderneming betrokken moet zijn als vader/erflater. Anders vindt fiscaal een herrekening plaats, omdat dan alsnog door de fiscus gezegd wordt, dat er sprake is van een staking van de onderneming en daarmede een vrijval van verborgen winsten.

Conclusie: In een testament kan de bedrijfsopvolger aangewezen worden. Om de financiering voor deze bedrijfsopvolger mogelijk te maken is het van belang om al tijdens leven de omzetting van gewone aandelen in voormelde preferente aandelen te bewerkstelligen. Dit zou ook, als het niet anders kan, in het testament, geregeld kunnen worden.

Over ter beschikking gestelde vermogensbestanddelen, zoals bijvoorbeeld het bedrijfspand, aan de bv is het volgende te zeggen: hiervoor is fiscaal gezien voor de inkomstenbelasting bij overlijden ook een doorschuiffaciliteit aanwezig.

Ingeval van een schenking is er alleen een mogelijkheid tot uitstel van belastingheffing bij overdracht van de onderneming. De BOR is in beginsel niet van toepassing, behalve ten aanzien van onroerende zaken, die dienstbaar zijn aan de onderneming. De verhuur van het bedrijfspand door directeur grootaandeelhouder valt daar onder.

Een voorbeeld: Dochter erft van vader de aandelen in bv en het bedrijfspand uit het privé-vermogen van vader, ter beschikking gesteld aan de onderneming. In dat geval is de BOR op dit gehele vermogen van toepassing. De eventuele hypotheekschuld in privé op het bedrijfspand kan op het restsaldo van vaders nalatenschap afgetrokken worden, wat tot gevolg heeft dat dochter, gezien de hoogte daarvan, geen erfbelasting hoeft te betalen.

Conclusie: Het is de moeite waard om tijdig naar een bedrijfsopvolging te kijken. Het kan een flinke fiscale slok op een borrel schelen hoe deze vorm krijgt. Van belang is dan ook de overige erfgenamen niet te vergeten. Schretlen Notaris kan u hierin verder helpen.

 

Bezoekadres

Dorpsstraat 127
5731 JH Mierlo

Correspondentieadres

Postbus 70
5730 AB Mierlo