Nalatenschapsplanning en schenking

Diensten en thema's

NALATENSCHAPSPLANNING VOOR KLEIN VERMOGEN ?

NALATENSCHAPSPLANNING VOOR KLEIN VERMOGEN ?


NALATENSCHAPSPLANNING VOOR KLEIN VERMOGEN ? 

 

Stel ouders, resp. 84 en 80 jaar oud, in algehele gemeenschap van goederen gehuwd, hebben 3 kinderen. Ieder kind heeft zelf 2 kinderen, dus 6 kleinkinderen.

Vermogen bestaat uit een eigen huis van 240 k zonder hypotheek + spaargeld 45 k, in totaal 285 k

Er is geen testament.

Wat gebeurt er erfrechtelijk als 1 v.d. ouders overlijdt ? Nalatenschap is dan € 142.500,--. Ieders erfdeel oftewel de vordering van ieder kind is dan 35 k afgerond. Afvullegaat in testament om grote vrijstelling erfbelasting van de 2e ouder te benutten is dan alleen nodig als later het vermogen toeneemt of er rente over de vordering verschuldigd is. Verstandig is het om het altijd voor de zekerheid op te nemen.

ik ga er vervolgens van uit dat het vermogen van ouders niet toe dan wel afneemt.

 

Wordt er geen rente over de vordering berekend dan is nalatenschap van de 2e ouder 177 k afgerond, gedeeld door 3 = 59 k per kind. Dan per kind 10 % over 38 k aan erfbelasting. Dit is te vermijden door aan ieder kleinkind ook een bedrag na te laten, bijvoorbeeld in dit geval 19 k. Dan geen erfbelasting verschuldigd.


Ook geen erfbelasting verschuldigd indien een rente van 10 % over de vordering bijgeteld wordt ? Dan met toepassing van afvullegaat uitgaan van een erfdeel van 21 k ( = vrijgesteld) per kind. In 10 jaar wordt dit dan een vordering van 42 k per kind. Nalatenschap van de 2e ouder was al 177 k. Nu erbij 3 x 14 k ( = verschil met 35 k) vanwege gebruik van afvullegaat. Nalatenschap van de 2e ouder wordt 219. Minus de vordering van de kinderen = 126. Blijft over 93 k = per kind 31 k, dan nog 10 % over 11 k aan erfbelasting door kind verschuldigd. WEL is dan nodig dat de langstlevende ouder nog 10 jaar leeft. Anders wordt de erfbelasting hoger. Naarmate de ouders jonger zijn is deze 10 jaar gemakkelijker te halen.

Conclusie: Het kan van belang zijn om in het testament nog een legaat ten behoeve van de kleinkinderen op te nemen. Met name als de 10 jaar levensverwachting niet gehaald wordt. Deze hebben ook een vrijstelling van 21 k per kleinkind.
OF: Tussentijds schenkt de ouder nog aan de kinderen, zodat het saldo van de nalatenschap lager wordt. Hiervoor kan een schenkingsplan opgesteld worden. In dit voorbeeld kan de 2e ouder in 2 schenkingen per jaar het verschil van 11 k wegschenken, vrij van schenkbelasting. Dan is het niet nodig om aan de kleinkinderen een legaat na te laten, mits 10 jaar levensverwachting realistisch is.


Indien in het testament een legaat aan het kleinkind opgenomen wordt betekent dit dat het verstandig is om in het testament ook een extra bepaling op te nemen inzake het bewind door zijn ouders over dit legaat tot bijvoorbeeld 25 jaar. De ouders zijn als bewindvoerder dan bevoegd uitgaven ten behoeve van de kinderen uit het legaat te doen, zoals voor opvoeding en studie. Deze kosten zouden zij anders ook kwijt zijn geweest. Dan is zo'n besparing van erfbelasting een mooie bonus.

 

VERDELING VAN DE NALATENSCHAP,  DEMOCRATIECLAUSULE EN ONDERNEMING ?

VERDELING VAN DE NALATENSCHAP, DEMOCRATIECLAUSULE EN ONDERNEMING ?

VERDELING VAN DE NALATENSCHAP,  DEMOCRATIECLAUSULE EN ONDERNEMING ?

Een nalatenschap valt open. Er moet verdeeld worden. De erfgenamen komen bij elkaar. Wie van hen gaat de anderen vertegenwoordigen om de afwikkeling soepel  te laten verlopen ?

Een van de erfgenamen kan in het testament  tot executeur benoemd zijn. Zo'n executeur  is slechts beperkt bevoegd: Hij is alleen beheerder en kan niet over de nalatenschap beschikken en deze ook niet verdelen. Dat moeten de erfgenamen zelf doen.

Om dit werkbaar te houden wordt vaak door de andere erfgenamen aan een van hen of aan een derde een volmacht gegeven. Als zij het  niet eens kunnen worden wie van hen de volmacht gaat krijgen, lukt dit niet.  Dan moeten zij het samen doen. De afwikkeling en verdeling  kan echter zo  ook vastlopen. Een testateur kan dit voorzien en daarmee in zijn testament rekening houden. Hoe dan, vraagt u zich misschien af ?

 

Hij kan in zijn testament een afwikkelingsbewindvoerder benoemen. Deze figuur is een van de erfgenamen of een buitenstaander, die hij vertrouwt. De afwikkelingsbewindvoerder heeft de beslissingsmacht en hakt zo de knopen door. Vindt de testateur dat niet democratisch genoeg, omdat de andere erfgenamen zich dan gepasseerd zouden voelen, dan is er nog een aanvullende oplossing.  Hij kan de  "democratieclausule" toevoegen in zijn testament. 

Al zijn erfgenamen worden dan afwikkelingsbewindvoerder. Zij gaan vervolgens bij democratische meerderheid van stemmen beslissingen nemen. In het testament wordt dan een soort van algemene vergadering opgenomen zoals dat ook bij een besloten vennootschap het geval is. Zij nemen volgens deze  testamentair vastgelegde regels besluiten. Zo ontstaat er nooit een impasse en wordt het vastlopen van de afwikkeling voorkomen. En iedere erfgenaam kan meebeslissen. Dit bevordert de soepele afwikkeling van de nalatenschap. Indien gewenst kan een notaris of een onafhankelijke andere partij in die vergadering de voorzitter zijn.

Een afwikkelingsbewindvoerder waarborgt ook de continuïteit van de eventuele in de nalatenschap zittende onderneming: Er worden tenslotte beslissingen genomen. De   "democratieclausule" zou ook hier een waardevolle aanvulling kunnen zijn. De testateur voorkomt spanningen binnen de familie en geen enkel  familielid hoeft zich gepasseerd te voelen. En, dat is heel belangrijk, een impasse inzake de onderneming wordt vermeden, zodat dat het voortbestaan daarvan niet in gevaar komt. 

 

 

Huis op naam van de kinderen ?

Huis op naam van de kinderen ?

Ouders willen nog steeds graag weten of het financieel interessant is om het huis op naam van de kinderen te zetten. Dit is een lastige vraag. Aan de hand van onderstaande situatie willen wij u wijzen op de mogelijkheden. Daarbij gaan wij uit van de volgende gegevens:

De casus

Uitgegaan wordt van een geschat vermogen van de ouders, met een leeftijd van respectievelijk 73 en 71 jaar, van € 450.000; geen (hypothecaire) eigen woning schulden; en een huwelijk in algehele gemeenschap van goederen.

Het vermogen bestaat uit een eigen woning met een WOZ-waarde, welke gelijk is aan de economische verkoopwaarde, van € 220.000 en overig vermogen uit sparen en beleggen van € 230.000.

Er is al een goed fiscaal georiënteerd testament. Zij genieten een pensioen. Deze ouders hebben 2 kinderen, met ieder een eigen woning. Daarop zit een eigen woningschuld van minimaal € 52.752.

Naar onze mening een uit de praktijk gegrepen situatie.


Wat kan nu nog gedaan worden ? Nu is het volgende scenario mogelijk:



Vooropgesteld zij dat daarin ons inziens rekening moet worden gehouden met de gevolgen voor de inkomstenbelasting en voor de erfbelasting alsmede met advies- en financieringskosten. Het oogmerk van de aanpak is voorts om een belangrijke (belasting)besparing te realiseren. In de conclusie wordt aangegeven of dat hier zo is.

De ouders verkopen hun huis aan de twee zonen, onder het voorbehoud van het zakelijk recht van gebruik en bewoning voor onbepaalde tijd ten behoeve van de ouders. Dit recht eindigt bij het metterwoon verlaten van de woning door hen beiden. Metterwoon betekent dat zij beiden tenminste drie maanden officieel op een ander adres wonen. Het huis wordt dan onbelast vol eigendom van de zonen.

De waarde van het zakelijk recht van gebruik en bewoning bedraagt € 105.600. Die waarde wordt berekend met behulp van de zogenaamde vruchtgebruiktabellen in de erfbelasting.

Hierna gaan wij in op de situatie dat het recht van gebruik en bewoning niet eindigt door een metterwoon verlaten van de woning. In de praktijk laat het zich immers niet sturen om vooaf te bepalen waar en wanneer iemand overlijdt. In onze casus wordt er geen metterwoon clausule in de akte opgenomen.

Ook kan een dergelijke vermogensoverheveling gevolgen hebben voor de hoogte uw eigen bijdrage uit hoofde van Wet Langdurige Zorg (Wlz) dan wel Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO), de opvolgers van de AWBZ. Dit hangt mede af van uw jaarinkomen en overig vermogen. Op de specifieke consequenties hiervoor gaan wij hier niet verder in.



Gevolg voor de erfbelasting ?

Indien er geen metterwoonclausule is en ingeval de ouders dus tot hun overlijden in het huis blijven wonen wordt de woning nog wel belast bij hun overlijden met erfbelasting (op grond van een zogenaamde fictiebepaling; voor de liefhebbers artikel 10 Successiewet 1956). Uitgegaan wordt dan van de vrije verkoopwaarde ten tijde van het overlijden. Hierop wordt dan de betaalde koopsom met een rente van 6 % per jaar daarover in mindering gebracht. De rest wordt dan belast met erfbelasting bij de zoons, voorzover deze hun vrijstelling van ruim € 20.000 per kind voor de erfbelasting al verbruikt hebben.

Stel: De waarde van de woning stijgt niet in waarde. De laatste ouder overlijdt 10 jaar na de verkoop, dan is sprake van een rentebijtelling van 60 % over de koopsom. In casu is dat een bijtelling van 60/100 x € 114.400 (zijnde de koopsom voor de zogenaamde bloot eigendom door de kinderen) = €  68.640. In totaal bedraagt de aftrekbare koopsom dan € 183.040,--. Resteert aan te belasten waarde € 220.000 - 183.040 = 36.960. Uitgaande van een 10 % erfbelastingtarief wordt dan in dit voorbeeld € 18.340 aan erfbelasting bespaard. Indien sprake is van een groter vermogen wordt meer bespaard op basis van een 20 % erfbelastingtarief.

Wel wordt ervan uitgegaan dat de koopsom ook daadwerkelijk door de kinderen betaald is. Dit is een voorwaarde voor de voornoemde belastingbesparing.


Gedurende het bestaan van het recht van gebruik en bewoning komen ten laste van de zakelijk gerechtigden, de ouders:

Kosten van klein onderhoud van het huis; gemeentebelastingen en waterschapsbelasting; de kosten van gebruik van water, gas, elektriciteit;

de eventuele rente over de ter financiering van de woning aangegane leningen.

Aan de zakelijk gerechtigde komen alle vruchten van de woning toe vanaf de dag van aanvang van dit recht.

De koopsom wordt vastgesteld aan de hand van een vanwaardeverklaring door een terzake deskundig makelaar dan wel op basis van WOZ-waarde. Op deze waarde zal de waarde van het zakelijk recht van gebruik en bewoning in mindering komen.

Verder met ons voorbeeld.

De kinderen worden zogenaamd bloot eigenaar van het huis. De koopsom daarvoor wordt door de kinderen van de ouders geleend, stel tegen een zakelijke rente van bijvoorbeeld  3%. De kinderen betalen dan per jaar aan hun ouders 3% rente over € 114.400, dat is € 3.432. De kinderen ontvangen geen huur. Het (kosteloos) gebruik door de ouders zit in de lagere koopsom verdisconteerd. Notabene: Zolang de koopsom niet betaald is is er ook geen rentebijtelling van 6 % voor de berekening van de erfbelasting. Conclusie: Zolang de koopsom niet betaald is is alleen de eventuele waardestijging vrij van erfbelasting.

Let op: in het verleden werd op de door de ouders aan de kinderen verstrekte geldlening veelal nog bedragen kwijtgescholden, bijvoorbeeld ter grootte van de jaarlijkse schenkingsvrijstelling. Dat is na invoering van de nieuwe wet op de erfbelasting per 1-1-2010 volgens een recent arrest van de Hoge Raad niet langer fiscaal voordelig omdat de later kwijtgescholden bedragen volgens de zogenaamde fictiebepaling van artikel 10 Successiewet 1956 dan alsnog met erfbelasting belast worden. Met andere woorden, wil voornoemde erfbelasting bespaard worden dan zullen de kinderen de koopsom daadwerkelijk moeten betalen.

De ouders genieten het recht van gebruik en bewoning en hoeven daarom geen huur te betalen.

Gevolg voor de inkomstenbelasting ?

Fiscaal gezien betekent de overdracht van de bloot eigendom aan de kinderen en het voorbehoud van gebruik en bewoning door de ouders dat de ouders hun onbelaste vermogen in Box I, het huis, veranderen in belast vermogen, zijnde namelijk bloot eigendom en waarde van het recht van gebruik en bewoning tezamen (beiden belast in Box 3).

Onbelast Box I-vermogen wordt daarmee dan dus belast Box III-vermogen. Dit is onvoordelig want dit vermogen wordt jaarlijks belast met 1,2 % rendementsheffing.

Deze waarde van het vruchtgebruik voor de inkomstenbelasting wordt nu, afwijkend van de berekening voor erf- en schenkbelasting berekend op grond van de leeftijd van de jongste minus 10 jaren, waaraan een vermenigvuldigingsfactor gehangen wordt. In dit geval is dat 11 x 4 % oftewel 44 % van de volle waarde. Vanwege het recht van gebruik en bewoning in deze situatie wordt dus € 96.800,-- aan de waarde van het recht van gebruik en bewoning (van de totale waarde van € 220.000) toegerekend. Daarover betalen de ouders Box 3 inkomstenbelasting.

Toegerekend aan de waarde van de blote eigendom van het huis wordt een bedrag van € 123.200 (€ 220.000 verminderd met de waarde van het gebruik en bewoning van € 96.800 = € 123.200). Over die bloot eigendom- waarde betalen de kinderen Box 3 belasting (Ervan uitgaande dat zij de koopsom ook daadwerkelijk betaald hebben. Is dat niet het geval dan wordt de waarde van het huis grotendeels gecompenseerd door de openstaande schuld uit de koopsom en valt alleen € 8.800 (plus de eventuele waardestijging onder Box III) en zijn de kinderen over hun waarde alleen rendementsheffing van 1,2% per jaar over € 8.800 verschuldigd
Indien de koopsom nog niet betaald doch schuldig gebleven, dan betalen de ouders een rendementsheffing van 1,2% per jaar over deze koopsom van € 114.400 alsmede over de waarde van hun recht van gebruik en bewoning. 
In alle gevallen gaat per saldo een bedrag van € 220.000 onder de voormelde rendementsheffing van 1,2% per jaar vallen. Dan kost dat ouders en kinderen tezamen dus in principe 1,2% maal € 220.000 is € 2.640 aan inkomstenbelasting per jaar.


De genoemde consequenties op een rijtje:


Verder met ons voorbeeld.

Ten aanzien van de erfbelasting:

Potentieel is er daar een besparing mogelijk van € 18.340 (uitgangspunten o.a.: geen waardestijging woning, de ouders leven nog 10 jaar, de besparing van erfbelasting gaat tegen het 10% erfbelastingtarief; de koopsom wordt betaald).

Ten aanzien van de financiering:

De kinderen gaan aan de ouders in de 10 jaar dat die het recht van gebruik en bewoning hebben, een rente van € 34.320 (10 jaar 3.432) betalen. Het enige voordeel ten aanzien van de erfbelasting zit dan in de eventuele waardestijging. Pas na betaling door de kinderen kan meer bespaard worden.


Ten aanzien van de opzet:

De kosten van deze overdracht zijn 2 % overdrachtsbelasting over de koopsom en kadasterkosten, de (advies)kosten van de notaris, waaronder begrepen de kosten van het opmaken van de koopovereenkomst en de akte van levering onder voorbehoud van het recht van gebruik en bewoning. Tenslotte zijn er de kosten voor een vanwaardeverklaring. Deze kosten worden hier begroot op € 2.288 over overdrachtsbelasting, € 2.000 excl. BTW kosten notaris en € 300 excl. BTW voor de taxatie, in totaal circa € 5.100 (inclusief BTW).

Denk eraan dat de overdrachtsbelasting voor de kinderen, die er niet in gaan wonen, 8 % is vanaf 2021.

Ten aanzien van de inkomstenbelasting:

Ervan uitgaande dat er € 220.000 aan onbelast Box 1 vermogen van de ouders terecht komt als gebruik en bewoning waarde van de ouders in Box 3 en bloot eigendom waarde van de kinderen in Box 3 zal er in een periode van 10 jaar €  26.400 (10 maal € 2.640) meer aan inkomstenbelasting verschuldigd zijn.

Met de kosten van financiering, opzet en Inkomstenbelasting is meer dan € 65.000 gemoeid in deze casus. Het voordeel van de erfbelasting bedraagt hier € 18.340. Wanneer de kinderen in het 20% tarief vallen bedraagt hun voordeel terzake erfbelasting 36.680.

Conclusie ? Zit er enig voordeel in deze aanpak ?

In deze casus wegen de kosten niet op tegen de potentiele voordelen. Het is echter slechts een voorbeeld.

Met andere woorden: Het huis op naam van de kinderen zetten is zeker mogelijk. Hoe groot de voordelen uiteindelijk zijn hangt helemaal af van de toekomstplannen en de levensverwachting van de ouders. En van de WOZ-waarde en de waardestijging van het huis. Ook de samenstelling en omvang van het overig vermogen van de ouders speelt een rol.

En bij een hoge waardestijging is het voordelig indien de ouders nog tijdens hun leven verhuizen naar een verzorgingsinstelling. Dan groeit de bloot eigendom van de kinderen onbelast aan tot volle eigendom bij de kinderen zonder een erfbelastingheffing bij overlijden van de ouders over de waarde van de woning. Wij abstraheerden daarvan in onze casus.

De conclusie: Het kan geen kwaad als men het huis op naam van de kinderen zet, maar of het veel oplevert is nog maar de vraag. Daarnaast kan het zijn dat de ouders zich prettiger voelen als het huis hun volle eigendom blijft.

De besparing zal hoger zijn, als een van de kinderen (ook) in het huis gaat wonen en het fiscaal voor de inkomstenbelasting als "eigen woning" betiteld kan worden. Dan mis je de bijtelling van de Box III-rendementsheffing. De vraag is dan of het kind dat wil en of de inwonende ouders dat willen.


Eerste voor de hand liggende adviesmogelijkheden


In deze casus komt het huis op naam-zetten van de kinderen erop neer, dat de ouders het paard achter de wagen spannen en een besparing zoeken, die via een schenking eenvoudiger te realiseren is. Daarnaast kan deze schenking ook nog eens via een notariële akte oftewel een schenking op "papier" geschieden, zodat het vermogen onder de ouders blijft en zij alleen een jaarlijkse rente van 6 % daarover hoeven te betalen.

En tenslotte is een goed testament en het al dan niet doen van schenkingen ook belangrijk. Sterker nog, een goed testament kan het overbodig maken om het huis al op naam van de kinderen te zetten, omdat op deze wijze al voldoende erfbelasting bespaard kan worden. Er is in deze casus al een goed testament. Dat moet ook het uitgangspunt zijn. Tenslotte kan via een testament fiscaal heel veel bereikt worden. Mogelijk zijn dan alleen aanpassingen van het testament nodig. Daarna kan gekeken worden of het raadzaam is om tijdens leven al schenkingen te doen.

Als laatste stap kan dan nog met een kritische blik naar het huis gekeken worden. Verstandig is het om eerst de fiscale gevolgen daarvan te bekijken voordat overgegaan wordt tot de overdracht van de ouderlijke woning. Dit alles kan helemaal doorgerekend worden. Bedenk ook dat sommige kinderen opzien tegen de rompslomp. Het betreft immers een woning die de kinderen moeten verwerven en financieren, die ze in de praktijk moeilijk kunnen verkopen en die geen jaarlijks rendement in de zin van huurpenningen opbrengt.

Bekeken kan nog worden in hoeverre het huren van hun vroegere en aan de kinderen overgedragen huis door de ouders aantrekkelijk is. Ook daarvoor geldt dan de Box III-rendementsheffing op het huis. 

Indien het om een 2e huis gaat, ligt het anders. Dat kan dan door de kinderen wel verhuurd worden. Met de opbrengst kunnen zij dan de schulden aan de ouders afbetaald worden. Ook dit dient dan overigens van alle kanten bekeken te worden.

Blijkt uit deze overwegingen en berekeningen, dat het dan toch nog interessant is om het huis over te dragen, dan kan dat alsnog geschieden.

U ziet het is niet allemaal bij voorbaat klip en klaar. En al naar gelang de individuele omstandigheden. Maatwerk dus!

Voor advies, toegesneden op uw maat, kunt u zich tot ons wenden om te bekijken of het voor u echt zinvol zou kunnen zijn.

Vragen aan notaris inzake WLZ,  schenking en levenstestament

Vragen aan notaris inzake WLZ, schenking en levenstestament

 

Moet ik, als de Wet langdurige Zorg (WLZ, vroegere AWBZ) van toepassing wordt, meteen een bijdrage betalen over de waarde van mijn eigen woning?

Nee, pas wanneer woning in Box III zit. Dat betekent dat het dan fiscaal gezien niet meer de eigen woning is. Dit is na maximaal 4 jaar, want WLZ gaat voor berekening eigen bijdrage 2 jaar terug en die 2 jaar heeft u nog het huis als eigen woning. Daarnaast is er een verhuisregeling naar ander verblijf, die zegt dat het huis nog 2 jaar na het verhuizen als eigen woning beschouwd wordt, dus niet in Box III valt.

 

Hoe kan ik voorkomen dat ik t.z.t. een grote bijdrage voor de WLZ moet betalen?

Er zijn diverse mogelijkheden, allemaal gericht op het verminderen van Box III-vermogen. Ik ga deze even af:

  • Maak een goed testament, waarin staat dat de erfdelen van de kinderen opeisbaar zijn, indien u langdurig gebruik maakt van WLZ, bijvoorbeeld langer dan 3 maanden;
  • Is een testament opengevallen, kijk dan eens of u de erfdelen van de kinderen kunt uitkeren. Mogelijk zijn deze ook opeisbaar. Alleen in het laatste geval hoeft u niets te doen en behoren deze al tot het vermogen van de kinderen. Bespreek met de notaris in hoeverre u belastingvrij kunt uitkeren. Dit laatste geldt overigens ook voor nalatenschappen zonder testament: Ook daarin hebben de kinderen vorderingen die mogelijk (gedeeltelijk) uitkeerbaar zijn.
  • Schenken van Box-III vermogen. Dit kan op diverse wijzen:
  1. Denk altijd aan de uitsluitingsclausule;
  2. "Op papier":  U houdt het geld in de portemonnee; jaarlijks betaalt u 6 % rente over het schuldigerkende bedrag uit vrijgevigheid. Die rentebetaling is ook een vermogensoverheveling.

Het voordeligst zijn de vrijgestelde schenkingen van 5000,--, 26.000,--, 50.000,-- of 100.000,--.

  1. Afstand doen van rechten, bijv. van vruchtgebruik op Box-III-vermogen of het kwijtschelden van leningen aan of op vorderingen op de kinderen.
  • Huis verkopen en terughuren van de kinderen ? En dan de schuld van de kinderen aan de ouders kwijtschelden ? Dan is de hele waarde van het huis in Box III terechtgekomen. Dat is nadelig omdat er dan 1,2 % IB daarover betaald moet worden. En de vordering is niet in 1 of 2 keer kwijt te schelden omdat dan tenminste 10 % schenkbelasting betaald moet worden. Wat met de ene hand mogelijk, want dat moet uitgerekend worden, bespaard wordt op de eigen bijdrage wordt met de andere hand aan extra belastingen weggegeven. Dus, zeker de 1e 4 jaren na verhuizing niet doen, omdat het dan altijd nog Box I is. Zolang 1 van de ouders erin woont blijft het eigen woning en dus in Box I. En Box I telt niet  mee voor de berekening van de eigen bijdrage.

Na die 4 jaar verder kijken als het nog niet verkocht is. Dan kan het eventueel, en dit moet heel kritisch bekeken worden, aan een kind verkocht worden en de koopsom evt. kwijtgescholden worden.

Tussentijds is het dan beter om te schenken, al dan niet op papier, om de eigen bijdrage te drukken en erfbelasting te besparen. Schenkt u op papier, dan betaalt u jaarlijks 6 % daarover aan de kinderen. Zij kunnen u jaarlijks 2.000,-- onbelast terugschenken.

Is er sprake van een 2e huis,dan kan het interessant zijn om het aan de kinderen te verkopen en op de koopschuld kwijt te schelden.

Overigens geldt in alle gevallen dat u op leningen aan de kinderen kunt kwijtschelden. Het effect van deze vorm van schenken is dat zij niet jaarlijks opnieuw 6 % rente aan u moeten betalen, waardoor dus sprake is van een stukje extra vermogensoverheveling van de zijde van de ouder.

  • Een B.V. oprichten en daarin uw Box-III vermogen onderbrengen kan ook een methode zijn. Het vermogen van een B.V. valt namelijk onder Box II. Denk er dan wel dat u niet meer dan 10,8 % aan winst of dividend aan u zelf uitkeert, omdat dit gelijk is aan de inkomensbijtelling van de WLZ. ( Zie blz. 4 Estate Planner 2013). Pas een flinke besparing van meer dan de helft bij een Box III  vermogen van > 500K.

Wat gebeurt er als ik dement ben?

Heeft u een volmacht of levenstestament, dan heeft u die situatie geregeld. U heeft dan iemand aangewezen, die voor u uw zaken behartigt. Dit kan zijn een mentor, te vergelijken met een persoonlijke coach, of een gevolmachtigde of  u heeft aangegeven wie u als bewindvoerder wilt. De laatste 2 gaan meer over uw materiële zaken zoals belastingaangiftes, verzekeringen, verkoop van het huis, maar ook het doen van schenkingen. In een volmacht of levenstestament kunt u dit allemaal regelen, ook wie uw bedrijf bestuurt als u het zelf niet kunt.

Heeft u niets geregeld dan kan uw partner, familie of een goede vriend naar de kantonrechter stappen en om een bewindvoering vragen. U heeft het dan zelf niet meer in de hand.

In zo'n volmacht of levenstestament kunt u ook de bevoegdheid om te schenken  opnemen, zodat u zo ook uw Box III-vermogen kunt verminderen.


Is het verstandig om mijn huis op naam van de kinderen te zetten?

Deze vraag heb ik hiervoor al beantwoord. Mijn conclusie is: Doe dat vooralsnog niet, zeker niet als u niet gebruik maakt van WLZ, waarbij u uit uw huis vertrekt om in een instelling te gaan wonen. Ook al verhuist u, dan  kunt u nog een aantal jaren (4)  wachten, tenzij een van de kinderen er zelf in wil gaan wonen. Dan wordt het voor dat kind Box I-vermogen en dat geeft weer fiscaal gezien aantrekkelijke mogelijkheden.

Is het dan voor de erfbelasting verstandig ? Vaak ook niet, tenzij het huis onder het 20 %-tarief valt. Ook dan nog moet direct beseft worden dat het Box III-vermogen wordt, dus jaarlijks belast met 1,2 % IB, terwijl het nu onbelast Box I-vermogen is. De beoogde besparing van erfbelasting moet daarmee dus verminderd worden. Daarom hangt het ook nog eens af van de levensverwachting van de ouder en of er al niet sprake is van een hypothecaire schuld. Is deze bijvoorbeeld ernstig ziek, dan is het eerder de moeite waard om zoiets te doen. Maatwerk dus.

 

Ik heb een langstlevendetestament uit de jaren 80/90. Is het verstandig om een nieuw testament te maken in verband met de belasting?

Het is in ieder geval verstandig dit eens tegen het licht te houden. Vaak blijkt dan dat het op bepaalde punten verouderd is. Zo staat er vaak geen goede opeisbaarheidsclausule in, zodat het vermogen, waarop de kinderen recht hebben niet tijdig bij hen in veiligheid gebracht wordt. Ook kan zo'n testament fiscaal slimmer worden, bijvoorbeeld door de langstlevende de keuze te geven welke rente zij "op papier" over de vordering van de kinderen vergoedt. Voor alle soorten testamenten geldt dat door een goede redactie  veel meer gebruik gemaakt kan worden van vrijstellingen of van spreiding van de belastingen.

 

Kan ik de tijdelijke vrijstelling van ruim € 100.000,- ook schenken voor een tweede huis van mijn kind?

Nee, dat kan niet. Wel kan dat kind een gedeelte van die schenking naar eigen keuze gebruiken, nml. ruim 26.000,--, indien dat kind nog nooit een hoge vrijgestelde schenking gekregen heeft. De rest van die 100.000,-- moet het echter voor de eigen woning gebruiken.

Kan ik de tijdelijke vrijstelling van € 100.000,- ook gebruiken ook schenken voor een opleiding van mijn kind?

Nee, tenzij sprake is van een wettelijk toegestane uitzondering. Aan een kind tussen 18 en 40 jaar is wel een vrijgestelde schenking van ruim. 50.000,-- mogelijk voor een studie van tenminste 20.000,--

Kan ik, als mijn kind al een grote schenking heeft gehad, nu nog een schenking van
€ 100.000 belastingvrij ontvangen?

Ja, aanvullend mag u tot 100.000,-- schenken, indien deze voor de eigen woning van de begiftigde gebruikt wordt. Bijv. U heeft al gebruik gemaakt van de schenking van ruim 26.000,-- + nog eens 10.000,-- geschonken, dan mag u nu nog 64.000,-- schenken. Wel is het verstandig de notaris te raadplegen omdat de overheid de spelregels tussentijds kan veranderen.

  

 

 

WLZ en moeders vermogen ?

WLZ en moeders vermogen ?

Hoe voorkomen wij, kinderen, dat moeders vermogen verdwijnt ?

Onze moeder heeft weinig inkomen, maar wel vier ton vermogen op de bank. Daarom steeg haar eigen bijdrage krachtens de Wet Langdurige Zorg, de vroeger AWBZ, voor het verzorgingshuis van 800 naar 2.014 euro per maand. Wat kunnen wij (vier kinderen) doen om te voorkomen dat moeders vermogen opgaat in rook?

Onlangs las ik in NRC Handelsblad onderstaand antwoord op deze vraag, dat ik u niet wil onthouden en enigszins uitgebreid heb. Geld is een emotioneel onderwerp. Vooral als het om de eigen bijdrage voor verzorgings- en verpleeghuizen gaat. Indertijd was die gebaseerd op iemands belastbare inkomen. Nu moet de zorgklant daar 8 procent van zijn belastbare vermogen extra bij optellen, waardoor de bijdrage kan verveelvoudigen. Dit feit verdeelt ons land in twee nijdige kampen. De een vind het hoog tijd dat de rijken extra betalen; de ander dat deze maatregel spaarzaamheid ten onrechte bestraft. Wie gelijk heeft, is een kwestie van smaak. Maar wie gelijk krijgt, is zonneklaar. Dat is de vermogende oudere die zijn belastbare bezit tijdig weet te laten slinken.

Belastbaar vermogen verlagen kan op talloze manieren. Soms kan moeder de erfdelen van wijlen vader nog uitbetalen. Dat hangt af van zijn testament of overlijdensjaar. Bel een notaris of de Notaristelefoon (0900 3469393, 0,80 euro per minuut) om te vragen hoe het in een specifiek geval zit. Ook groen beleggen kan belastbaar vermogen verlagen, en wel tot ruim  55.000 euro per fiscale partner.

Verder kan moeder (klein)kinderen geld schenken, al tikken de belastingvrije bedragen bij vier ton niet zo aan. Belastingvrij is dat ruim 5.500 euro per kind en ruim 2.000 euro voor ieder ander, zoals een kleinkind. Meer weggeven kan uitkomst bieden. Schenkt moeder dit jaar elk kind 95.000 euro, dan gaat haar hele belastbare vermogen op in rook. Elk kind betaalt weliswaar zo'n 9.000 euro schenkbelasting, maar bespaart later circa 7.500 euro erfbelasting. Via het formulier 'aanpassen eigen bijdrage' op www.hetcak.nl kan voorts een lagere eigen bijdrage worden aangevraagd. Moeder mag dan vanaf het daarvoor aangewezen jaar zo'n 14.000 euro minder betalen.

In plaats van geld écht weggeven, kan moeder ook schenken 'op papier'. Dat verlaagt haar belastbaar vermogen, maar niet haar armslag. Deze constructie verloopt via de notaris, als moeder wil dat de gift haar erfenis verlaagt. Ze moet de kinderen dan jaarlijks 6 procent rente uitbetalen. De notaris kan meteen regelen dat de schenking niet in handen van een schoonkind valt. Vermogensverkleining lukt niet zomaar als moeder dementerend is. Een verstandige vermogende ouder machtigt daarom tijdig in een levenstestament, via de notaris, een of meer kinderen om over haar bezittingen te kunnen beschikken als zij dat niet meer kan. De kinderen kunnen dan zo nodig schenken aan zichzelf, zodat moeders vermogen niet opgaat in rook.

Voor de ondernemende moeders en vaders is er tenslotte nog de oprichting van de besloten vennootschap. Het vermogen hierin onderbrengen betekent dat sprake is van een Box II vermogen voor de inkomstenbelasting. De bijtelling is gebaseerd op het Box III vermogen. Mogelijk is de B.V. dus ook nog een ontsnappingsroute. Jaarlijks zullen dan wel de beperkte jaarcijfers bij de Kamer van Koophandel gepubliceerd moeten worden.

Tenlotte speelt in een aantal situaties dat een van de ouders al is overleden en de kinderen een vordering op moeder hebben als erfdeel in de nalatenschap van vader. Moeder zou tenminste een gedeelte van deze vordering aan hen kunnen uitkeren. Hoe hoog deze uitkering is kan de notaris voor u uitrekenen. Zo verlaagt moeder haar vermogen en daarmee de bijtelling ook.

 

Het afwikkelen van een nalatenschap

Het afwikkelen van een nalatenschap

Het afwikkelen van een nalatenschap

Als u erfgenaam bent in een nalatenschap, dan bent u betrokken bij de afwikkeling. Er moeten een aantal zaken worden geregeld en dit kan aardig wat werk opleveren. Als notariskantoor kunnen wij u hierbij op verschillende manieren, op verschillende momenten in het traject, van dienst zijn.

Ontzorgen

Als erfgenaam of executeur kunt u ons opdracht geven om bepaalde taken van u over te nemen, en de afwikkeling in goede banen te leiden.

Wie zijn de erfgenamen? Is er een executeur?

Allereerst is het van belang na te gaan of er een testament is. Hierin kan zijn bepaald wie de erfgenamen zijn, en wie de executeur is. De executeur heeft in beginsel de taak om de nalatenschap af te wikkelen. Het regelen van de begrafenis is meestal de eerste stap.

Aanvaarden of niet?

Verder dienen de erfgenamen een keuze uit te brengen over het al dan niet aanvaarden van de nalatenschap. Zij hebben de volgende opties, waarover de notaris u het beste kan adviseren:

  1. De nalatenschap aanvaarden. Hierdoor wordt u niet alleen gerechtigd tot de baten, welke behoren tot de nalatenschap, maar ook aansprakelijk voor de schulden.

Indien de schulden hoger mochten zijn dan de baten, moet dit verschil uit eigen vermogen worden bijgepast.

  1. De nalatenschap aanvaarden onder het voorrecht van boedelbeschrijving. Dit houdt in dat een erfgenaam niet verder aansprakelijk is voor de schulden van de nalatenschap dan dat er baten in de nalatenschap aanwezig zijn.

Indien een nalatenschap zo aanvaard wordt, moeten voor de afwikkeling van de nalatenschap wettelijke voorschriften in acht worden genomen, welke onder meer inhouden dat een erfgenaam zich uit de nalatenschap niets mag toe-eigenen en alles wat tot de nalatenschap behoort, in het openbaar bij opbod dient te worden verkocht, op straffe van het verlies van het voorrecht tot boedelbeschrijving.

  1. De nalatenschap verwerpen. U bent dan geen erfgenaam. Daardoor ontvangt u niets van de bezittingen. U bent ook niet aansprakelijk voor de schulden.

Voor de mogelijkheden B en C dient bij de Griffie van de rechtbank een verklaring te worden uitgebracht, waarvoor griffierechten in rekening worden gebracht. Soms dienen er nog andere zaken bij de Rechtbank te worden geregeld waaraan ook kosten zijn verbonden.

Let u er op dat bepaalde gedragingen "alsof" u erfgenaam bent, ervoor zorgen dat u wordt aangemerkt als erfgenaam als onder A, door schuldeisers

Contact en informatie

Wij kunnen contact opnemen met de erfgenamen, hen informeren over de nalatenschap en hun opties, en zorgen dat zij op de hoogte blijven van de voortgang van de afwikkeling.

Verklaring van erfrecht

Om over het vermogen van de overledene te kunnen beschikken is vaak een verklaring van erfrecht, of een verklaring van executele, nodig. De notaris zoekt langs formele weg uit wie de erfgenamen zijn, of wie de executeur is. Instanties zoals banken en pensioeninstellingen kunnen er vervolgens zeker van zijn dat de in de verklaring genoemde personen inderdaad erfgenaam zijn, zodat zij het vermogen kunnen vrijgeven.

Praktische zaken

De afwikkeling houdt verder in het regelen van praktische zaken en de administratie. Bij dit regelwerk valt onder andere te denken aan opzegging van abonnementen, lidmaatschappen, afhandeling van verzekeringen, pensioenen, opzegging van huurcontracten en ontruiming van een huurwoning. Verder dient de laatste aangifte voor de inkomstenbelasting te worden gedaan.

Aangifte erfbelasting

De aangifte voor de erfbelasting is bij uitstek een specialisme van het notariaat, vanwege onze uitvoerige kennis op het gebied van het erfrecht en de erfbelasting (vroeger ook wel: "successierecht"). U kunt deze aangifte uitbesteden aan ons. Vooral als de aangifte enigszins ingewikkeld is, of indien u geïnteresseerd bent in het besparen van erfbelasting, is dit aan te raden.

Verdeling

Tenslotte dient de nalatenschap verdeeld te worden. Als alle rekeningen en belastingen zijn voldaan, kan in overleg met erfgenamen een verdeling worden gemaakt tussen de erfgenamen, van de bezittingen en het geld van de erflater.

 

Bezoekadres

Dorpsstraat 127
5731 JH Mierlo

Correspondentieadres

Postbus 70
5730 AB Mierlo